Bouw en Uitvoering

Efficiëntere samenwerking mantelzorger en professional

Efficiëntere samenwerking mantelzorger en professional

“Mantelzorgers hebben een sterkere positie, het contact en de informatievoorziening zijn verbeterd en is er meer oog voor het voorkomen van overbelasting van mantelzorgers.” Dat is de tussentijdse conclusie van het programma ‘In voor Mantelzorg’. Afgelopen woensdag werd een evaluatie naar de Tweede Kamer verstuurd. ‘In voor Mantelzorg’ beoogt een efficiëntere samenwerking tussen mantelzorger en professional.

Verdeeld over 80 organisaties zijn ruim 4.000 beroepskrachten betrokken die gezamenlijk zo’n 2.500 mantelzorgers bereiken. In voor Mantelzorg ging van start in april 2014 en wordt afgerond in het najaar van 2015. De organisaties die meedoen maken een positieve beweging door, aldus Vilans en Movisie, uitvoerders van het programma. Programmaleider Cecil Scholten: “Vrijwel alle organisaties zijn in staat gebleken een beweging op gang te brengen. Zowel op de werkvloer als in de bestuurskamer. Zo zien we dat een visie wordt neergelegd op het samenspel tussen mantelzorgers en beroepskrachten.”

Leerproces

De trajecten die zijn ingezet brengen ook een leerproces op gang. Zo blijkt het effectiever wanneer mantelzorgers vanaf het beginstadium zijn betrokken bij planvorming en uitvoering. Anita Peters, mede-programmaleider, benadrukt het belang van focus op cultuurverandering. “Aandacht voor mantelzorgers en gelijkwaardig samenwerken is niet even een trucje dat je doet met wat tools of gesprekstechnieken. Het vraagt een andere attitude van de beroepskracht en een organisatiecultuur die ruimte biedt om van elkaar te leren.”

Waar ligt de grens?

Het laatste half jaar zal ‘In voor Mantelzorg’ zich richten op het verder vergroten van het rendement van het programma. In de organisaties gebeurt dat door borging van de resultaten en werkwijzen. Daarbuiten via het verspreiden van tools, instrumenten en ervaringen. Daarnaast zien de programmaleiders diverse opgaven, die verder reiken dan de scope van de deelnemende organisaties. Scholten: “We bemerken bijvoorbeeld discussies over grenzen aan wat mantelzorgers wel of niet mogen doen. Discussies die ook gevoerd moeten worden in aanwezigheid van de Inspectie voor de Volksgezondheid en zorgverzekeraars.” Ook adviseert ze het ministerie van VWS om oog te hebben voor mantelzorg in andere (zorg)programma’s en inbedding van de resultaten in het onderwijs.