Bouw en Uitvoering

Mantelzorgmanagement

Mantelzorgmanagement

Ziel en zaligheid in zorg en zaken

Toen de moeder van Ina Mouris (51) in een verpleeghuis werd opgenomen, werd zij voor Ina’s gevoel ‘ingepikt’ door de zorginstelling. ‘Mijn rol was uitgespeeld. Ik mocht af en toe met haar wandelen en dat was dat.’ Deze ervaring was voor Mouris aanleiding ‘iets’ te doen met mantelzorgmanagement in de intramurale zorg. Dat ‘iets’ werd uiteindelijk een serieuze activiteit; met haar projectbureau legt Mouris haar ziel en zaligheid in de zorg. ‘Ik leg de vinger op de zere plek en kom met mogelijke oplossingen.’

Door: Pieter Smittenaar

Samen met mijn broer en zus had ik ruim een jaar voor mijn -moeder en ernstig zieke vader gezorgd. Kort na zijn overlijden, werd ook mijn moeder ziek en was het voor ons niet mogelijk haar thuis te verzorgen. Ze werd opgenomen in een verpleeghuis en vanaf dat moment moest ik mijn moeder afstaan. Althans zo voelde dat. Ik had veel met haar meegemaakt, veel dingen gedeeld, mooie en zware momenten beleefd. Ik wilde samen met haar ook deze levensfase in. Het verpleeghuis had echter weinig boodschap aan communicatie met mantelzorgers. Ik mocht met haar wandelen, maar ’s avonds voor het -slapengaan ons gebruikelijke portje drinken, was er niet meer bij. ‘Dat wordt hier niet op prijs gesteld’, zei mijn moeder. Er was nauwelijks overleg over de zorg van mijn moeder. Ik had hele andere verwachtingen van mijn bijdrage als mantelzorger. En ik denk dat dat ook voor het huis gold.’

Verwachtingen

Deze ervaring was voor zorgprofessional Mouris aanleiding om na te gaan welke rol mantelzorg in de intramurale zorg speelt. Welke afspraken zijn er? Welke verwachtingen zijn er bij de partijen en hoe kunnen deze verwachtingen gemanaged worden? Mouris: ‘Want daar gaat het eigenlijk om. Vrijwel alles is in de meeste zorgcentra redelijk goed geregeld en gedocumenteerd: het zorgplan, de financiën, personeelszaken, noem maar op. Maar hoe kun je met de mantelzorgers van de bewoners een goede relatie opbouwen? Hoe kan recht gedaan worden aan de behoeften van én de cliënt én de mantelzorgers én de zorginstelling?

‘Ik heb jaren in de zorg gewerkt. Ik ben directeur van een zorgcentrum geweest en heb ook een aantal jaren als beleidsmedewerker gewerkt. Ik kan de situatie dus vanuit het perspectief van zowel de formele als de informele zorg bekijken. Naar mijn mening moeten bewoners het contact met hun mantelzorgers kunnen voortzetten. Zoals men dat gewend was, zonder verplichtingen. En dat doe je door vooraf met elkaar in gesprek te gaan.’

Partners in zorg

‘Vooraf praten en overleggen. Dat gebeurt eigenlijk gewoon te weinig. Wat verwachten partijen van elkaar? Veel verpleeg- en verzorgingshuizen weten zich niet goed raad met mantelzorgers’, aldus Mouris. ‘ Het is belangrijk de verwachtingen te managen. Het is de onbekendheid met de vele mogelijkheden die belemmeringen opwerpt. Soms wordt mantelzorg door de instelling als bedreigend ervaren. En dat kan ik me ook wel voorstellen. Je komt als mantelzorger natuurlijk heel dichtbij het werk van de verpleegkundige of verzorgende. Ik ben er echter van overtuigd dat als er vooraf gesproken wordt over de mogelijkheden, alle partijen er beter en blijer van worden. Het komt de kwaliteit van het leven van de cliënt en de mantelzorger ten goede en het heeft een positieve uitwerking op de zorgorganisatie . Duidelijke afspraken en een prettig welkom voorkomen misverstanden en werken een goede, open relatie in de hand. Dat noem ik partnerschap in de zorg.’

Pilot

Dat Mouris’ aanpak in verwachtingsmanagement succesvol is, bleek toen ze een pilot deed bij een verpleeghuis in Den Haag. Deze testcase had een positief effect op de tevredenheid van zowel cliënten en mantelzorgers, als zorgmedewerkers. Is deze gestructureerde aanpak niet de doodsteek voor spontane hulp? ‘Integendeel’, aldus Mouris. ‘Mantelzorg is nooit verplicht. Je ziet dat mantelzorgers het prettig vinden dat er wordt gesproken over hun betrokkenheid bij de zorg voor hun familielid. In sommige gevallen willen ze hun hulp best uitbreiden naar organisatiebrede activiteiten en dat heeft weer een gunstig effect op alle betrokkenen. Het is natuurlijk belangrijk oog te hebben voor de situatie van de mantelzorger. Laat hem of haar eerst even op adem komen als een verwante wordt opgenomen. Het is vaak een hele hectische tijd geweest voordat er tot inhuizing besloten wordt. Wat voor mij een goede start garandeert, is dat de nieuwe bewoner en de mantelzorger zich welkom voelen in het huis. En mensen voelen zich welkom als er serieus en met warmte gesproken wordt over de mantelzorgrelatie en hoe die voortgezet kan worden.

Hoe weet je waar je als verpleeg- of verzorgingshuis staat op het gebied van mantelzorgmanagement? Hiervoor heeft Mouris de Quick Scan ontwikkeld. Na één dag onderzoek bij de zorgorganisatie geeft Mouris een helder organisatiebreed inzicht in de stand van zaken van de mantelzorg en een praktisch verbeteradvies. ‘Deze Quick Scan is een snelle en gedegen methode om erachter te komen hoe een en ander nu geregeld is, waar het goed gaat en waar het beter kan. Ik probeer ook meteen de samenhang aan te geven tussen andere beleidsonderwerpen , want ik zie dat er nog vaak vanuit eilandjes wordt gedacht. Als duidelijk wordt dat een gestructureerde aanpak van mantelzorg voor elke partij gunstig uitpakt, dan is de hele organisatie snel enthousiast. En als je het samen wilt en samen enthousiast bent, wordt het ook een succes, is mijn ervaring. Sterker nog, het is een voorwaarde voor succes. Ziel en zaligheid in zorg en zaken, eigenlijk. En dat is niet voor niets mijn bedrijfsfilosofie.’