Pilottraining Anders denken Anders doen

Unieke samenwerking voor betere zorg

De training Anders denken Anders doen is een pilot die door verschillende zorgorganisaties is opgezet in samenwerking met de gemeente Enschede. Het doel? Thuishulpen klaarstomen voor de veranderingen in de zorg. Het resultaat? Een nog betere ondersteuning van cliënten. Inmiddels hebben de eerste thuishulpen hun certificaat behaald en wordt druk overleg gevoerd over het verder uitrollen van de pilot.

De overheid zet, zowel op landelijk als op gemeentelijk niveau, in op het vergroten van de zelfredzaamheid van burgers. 
Het automatische recht op zorg verdwijnt. Er wordt steeds meer gekeken naar wat echt nodig is aan zorg, naar wat mensen zelf kunnen en naar hun sociale netwerk. Van de samenleving wordt verwacht dat burgers meer zorg voor elkaar dragen. Zij moeten zoveel mogelijk hun eigen kracht vergroten of de kracht van hun netwerk leren inzetten. Dit vraagt een andere manier van denken en doen in de zorg. De gemeente Enschede en de zorgorganisaties die in Enschede hulp in het huishouden leveren (zie kader), dragen met de pilottraining ‘Anders denken, anders doen’ bij aan de toekomst, de betaalbaarheid én de kwaliteit van de zorg.

Verschil maken

Zowel de gemeente als de deelnemende zorgorganisaties aan de pilot hebben geconstateerd dat er voor de thuishulpen op dit moment weinig aandacht is. Jolanda Oude Lansink, trainer-coach en interim manager bij People & Process Management: ‘Dat doet pijn om te zien. Juist omdat deze groep het verschil kan maken in de mate van zelfredzaamheid van mensen en het vroegtijdig signaleren van zorgvragen. Als we er in slagen om de thuishulpen te leren om anders te denken en te doen, maken we de zorg beter en betaalbaarder. Dat is onze stelling. Hieraan willen we bijdragen door een training voor thuishulpen aan te bieden.’

Belang van thuishulpen

Thuishulpen spelen een cruciale rol in het moderne zorgproces. Daarom is het van groot belang dat juist deze groep extra ondersteuning krijgt om die rol te versterken. Jolanda Oude Lansink verklaart: ‘De thuishulp is vaak de eerste vorm van zorg die mensen krijgen als ze inleveren op hun zelfredzaamheid. Veelal volgt daarna zwaardere zorg. Daarom is het belangrijk dat juist de thuishulp leert hoe de zorgvrager zijn eigen netwerk kan opbouwen en inzetten. Ook is het belangrijk dat ziektebeelden zoals dementie vroegtijdig worden gesignaleerd. Hoe eerder er gesignaleerd wordt, hoe eerder er hulp op maat geboden kan worden.’

Binding

De pilottraining ‘Anders denken, anders doen’ dient nog een ander doel. Jolanda Oude Lansink legt uit: ‘We zien dat thuishulpen vaak heel zelfstandig werken. Dit is van oudsher zo gegroeid. Heel lovenswaardig, maar het gevaar ligt op de loer dat zij hierdoor de binding zouden missen met de zorgorganisatie waar zij voor werken, en de aansluiting met hun directe collega’s. We zien ook dat de thuishulpen in beperkte mate of zelfs helemaal niet getraind zijn en worden. Zij hebben vaak maar beperkte kennis van bijvoorbeeld het indicatieproces of van de sociale kaart. Zij weten niet hoe ze de zelfredzaamheid van de cliënt kunnen waarborgen en stimuleren. Ze voelen zich niet altijd gewaardeerd door hun werkgever. Het gevolg is dat de thuishulpen gemakkelijk overstappen naar een andere werkgever, met alle kosten van dien. Met de training willen we de thuishulpen anders leren kijken naar de zorg die zij leveren. We willen dat zij anders leren omgaan met vragen van zorgvragers. Het uiteindelijke doel is de thuishulp voor te bereiden op hun nieuwe taken.’

Kernwaarden

Van elkaar leren, vertrouwen en plezier. Dat zijn de kernwaarden die de gemeente en de deelnemende zorgorganisaties centraal hebben gesteld in hun aanpak. Jolanda Oude Lansink vertelt: ‘Van elkaar leren is van belang om de zorg betaalbaar te houden. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zorgvragers, zorgaanbieders en de overheid. Nu zien we dat iedereen steeds zelf het wiel uitvindt. En dat is zonde van de tijd, de mensen en de beschikbare middelen. ‘De kernwaarde ‘van elkaar leren’ geven we op verschillende manieren vorm in ons trainingsaanbod. We brengen gemeente en de zorgorganisaties in de betreffende gemeente samen op management- en op trainingsniveau. Op managementniveau doen we dat met een focusgroep. Deze bestaat uit een leidinggevende van elke organisatie, zowel van de zorgorganisaties als van de gemeente. In de training doen we dat door de thuishulpen van verschillende zorgorganisaties op hetzelfde moment te trainen. Ook nodigen we experts uit om onderwerpen verder toe te lichten. Denk hierbij aan de indicatiestelling door de gemeente of het thema dementie.’

Vertrouwen

De tweede kernwaarde die essentieel is voor het slagen van de training, is vertrouwen. Jolanda Oude Lansink: ‘Tijdens de training moeten de deelnemers alles kunnen delen wat ze willen. Vertrouwen in de groep en in de trainer is belangrijk. De trainer is iemand die kennis heeft van het werkveld. Hij of zij spreekt de taal van de deelnemers en is in staat om het groepsproces te sturen. De training wordt op een laagdrempelige manier gegeven, met alledaagse voorbeelden. Het certificaat dat de deelnemers krijgen aan het einde van de training, is een impuls voor hun zelfvertrouwen.’

De belangrijkste kernwaarde is misschien wel het plezier, vindt Jolanda Oude Lansink. ‘Plezier in het werk en plezier tijdens de training. Met de training geven we de deelnemers nieuwe inzichten en leren we ze op een andere manier om te gaan met de zorg die ze leveren. We willen hiermee hun plezier in het werk vergroten, zodat ze het beter kunnen doen voor de cliënt, hun eigen grenzen kunnen bewaken en minder snel geneigd zijn de werkgever te verlaten.’

Inhoud training

De pilottraining Anders denken, anders doen is opgebouwd uit zeven modulen. Elke module behandelt een ander thema. Thema’s als Wmo-kanteling en eigen kracht, indicatiestelling hulp in het huishouden, waarden en normen, observeren, signaleren en rapporteren komen in ieder geval aan bod. Net als de thema’s communicatie, cirkel van invloed, lastige en complexe zorgsituaties, sociale kaart en borging door middel van een zelfreflectieverslag. Elke trainingsgroep bestaat uit maximaal zestien deelnemers die werkzaam zijn bij verschillende zorgorganisaties. Tijdens de training is er altijd een leidinggevende aanwezig om mogelijke organisatorische vragen te beantwoorden. De training wordt gegeven op een locatie in de buurt van de medewerkers, of in de trainingsruimte van een van de zorgaanbieders.

Focusgroep

Voorafgaand aan de training vullen de deelnemers een nulmeting in. Hierin worden ze bevraagd over het plezier wat ze beleven in hun werk, hun kennis, het eigen handelen enzovoorts. Na afloop van de training krijgen de deelnemers dezelfde vragenlijst nog een keer en leveren zij een reflectieverslag in. Dit verslag is bedoeld om de deelnemers na te laten denken over de wijze waarop zij het geleerde in de praktijk gaan inzetten. Het reflectieverslag kan ook gebruikt worden als leidraad in het functioneringsgesprek. Op deze manier wordt de opgedane kennis geborgd. Alle deelnemers ontvangen na deelname aan de training een certificaat. Voor aanvang van de training wordt een focusgroep opgericht. De focusgroep komt voorafgaand aan de training twee keer bij elkaar en na de training volgt een evaluatie. In de focusgroep zit van elke organisatie een leidinggevende. De leidinggevende van de uitvoerende gemeentelijke Wmo-afdeling is ook aanwezig. De deelnemers aan de focusgroep bepalen gezamenlijk de thema’s die tijdens de training in ieder geval aan bod moeten komen.

Resultaten

Jolanda Oude Lansink over de resultaten van Anders denken, anders doen: ‘Op drie niveaus boeken we resultaten met deze pilottraining. Om te beginnen gaan thuishulpen met meer plezier aan het werk, voelen ze zich meer gewaardeerd door en verbonden met hun werkgever. Hierdoor zullen ze hopelijk minder snel van werkgever wisselen. Ook worden ze zich meer bewust van hun eigen kracht en invloed, en ontwikkelen ze meer vertrouwen in hun eigen handelen. Een ander bijkomend voordeel van de training is dat thuishulpen inzicht opbouwen in mogelijkheden en onmogelijkheden en kennis opdoen over indicaties. Verder zijn ze in staat om de eerste tekenen van dementie te signaleren en weten ze hoe ze andere partners in het veld kunnen inzetten bij zorgvraagstukken. Verder kunnen ze na de training cliënten voorzien van tips om hun zelfredzaamheid te behouden en te vergroten. Heel belangrijk ten slotte, is dat ze hun persoonlijke grenzen beter kennen en die ook durven stellen.’

Zorgaanbieders

Ook zorgaanbieders profiteren van de training. Jolanda Oude Lansink: ‘Het is al genoemd, maar feit blijft dat medewerkers die met plezier naar hun werk gaan, zich gewaardeerd voelen door hun werkgever en minder snel zullen overstappen naar een andere werkgever. Een soortgelijk resultaat zien we bij cliënten; tevreden cliënten zijn trouwe cliënten. Bovendien genereert de training een belangrijke kwaliteitsimpuls van de zorg. Speciaal opgeleide thuishulpen zijn voorbereid op de nieuwe taken waarmee ze geconfronteerd worden, wat ten goede komt aan de zorg. Bovendien voldoen zorgorganisaties met de training aan de HKZ normen voor het personeelsbeleid en aan het kwaliteitskader verantwoorde zorg zoals dat door Actiz is opgesteld.’

Gemeente

De laatste partij die de vruchten plukt van deze pilottraining, is de gemeente. Jolanda Oude Lansink verklaart: ‘Door vroegtijdige signalering van ziektebeelden kan voorkomen worden dat er verkeerde of te veel zorg wordt geleverd. Ook kunnen meer gespecialiseerde partijen sneller ingezet worden. Hierdoor kan de gemeente zorg op maat bieden. Een ander bijkomend voordeel van de training is dat vragen beter door de thuishulpen kunnen worden beantwoord en opgelost. Hierdoor stappen cliënten minder snel over, wat weer leidt tot minder mutatiestoringen en dus lagere kosten. Ook realiseert de gemeente een daling in de zorgkosten per zorgvrager. Hoewel we dit nog niet onderzocht hebben, geloven we dat deze aanpak een kostenbesparing oplevert. Wanneer de thuishulp in staat is om de zelfredzaamheid van de cliënt te behouden en het netwerk van de zorgvrager te vergroten, is er minder zorg nodig.’

Vervolg

De pilot in de gemeente Enschede is afgerond. De 28 medewerkers van de zorgorganisaties in de gemeente Enschede hebben de training succesvol afgesloten met een certificaat. Uit de evaluatie die daarna heeft plaats-gevonden, is gebleken dat de pilottraining een succes was. De evaluatie had betrekking op de resultaten van de deelnemers en de ervaringen van de samenwerking. Op dit moment wordt druk gezocht naar manieren om de training verder uit te rollen. Het uiteindelijke doel is om alle thuishulpen te trainen. Omdat dit erg kostbaar is, onderzoeken de deelnemende partijen de mogelijkheden om de kosten beheersbaar te houden en het eigenaarschap bij de organisaties neer te leggen.

Anders denken, Anders doen from M MEDIA on Vimeo.

  • Gemeente Enschede
  • Zorggroep Manna
  • De Posten
  • TZorg
  • TSN
  • BTK
  • Solance
  • SPV
  • People & Process Management