Bouw en Uitvoering

‘Jeugdarts te weinig betrokken door gemeente’

'Jeugdarts te weinig betrokken door gemeente'

Gemeenten maken na de transitie in de zorg veel te weinig gebruik van de kennis en kunde de jeugdarts die kinderen vanuit de jeugdgezondheidszorg soms al vanaf hun geboorte volgt. Dat bericht AJN Jeugdartsen Nederland, naar aanleiding van een enquête die de beroepsorganisatie eind 2015 uitzette onder haar leden, om ervaringen te verzamelen rondom de transitie jeugdzorg.

De informatie – afkomstig uit 193 enquêtes met antwoorden vanuit 128 unieke gemeenten verspreid over het land – schetst een beeld van de zorg voor jeugd waarbij de focus op preventie minimaal is.

Preventie slecht zichtbaar

Jeugdartsen ervaren dat er voor advies en ondersteuning die de jeugdarts/jeugdgezondheidszorg (JGZ) ook goed kan bieden, te snel wordt doorverwezen naar het wijkteam. Of dat het wijkteam doorverwijst, terwijl de JGZ zorg kan bieden. De focus op preventie dreigt daarmee verloren te gaan. Ook nog eens omdat het JGZ-aanbod versoberd is, zo geven de respondenten aan. “Door bezuinigingen op de jeugdgezondheidszorg is regelmatig contact met gezinnen en kinderen/jongeren niet altijd meer mogelijk. Juist preventie behoeft aandacht, ook in het kader van de transformatie. Hier valt nog veel te winnen!”, vat AJN-voorzitter Mascha Kamphuis het kort samen op ajnjeugdartsen.nl.

Beter afstemmen

Uit de enquête blijkt verder dat slechts 18% van de respondenten deel uitmaakt van het wijkteam. En 40% geeft aan dat zij bereikbaar is voor consultatie. AJN noemt het zorgelijk dat tweederde van de respondenten stelt dat niet helder is hoe de inkoop in de gemeente geregeld is. De gemeentelijke teams zijn uiteraard slechts één jaar na de transitie nog volop in ontwikkeling. AJN Jeugdartsen Nederland spreekt de hoop uit dat in deze fase de samenwerking en afstemming tussen jeugdartsen en sociale wijkteams nog beter op gang komt.