Bouw en Uitvoering

Fysiek scheiden wonen en zorg: een complex vraagstuk

TVB Zorg - Fysiek scheiden van wonen en zorg

In gesprek met Luc de Witte, hoogleraar Technologie in de zorg UM

We hebben het er al een tijd over: het fysiek scheiden wonen en zorg. Ofwel het inspelen op de behoefte van mensen om langer thuis te blijven wonen en hun zorg ook daar te ontvangen in plaats van in een intramurale setting. De vraag is alleen hoe we dit aanpakken. tvb ZORG praat met Luc de Witte, hoogleraar Technologie in de zorg van de Universiteit Maastricht (UM), over de obstakels én de (technologische) mogelijkheden.

Maatschappelijke ontwikkelingen dwingen ons na te denken over woonconcepten waarbij het mogelijk is dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven. Dat kan zijn in instellingen, zoals verpleeghuizen die bij nieuwbouw appartementen voor hun cliënten bouwen en daarbij ook verpleegzorg aanbieden. Kleinschaligheid binnen grootschaligheid dus. Hebben we het over de thuisomgeving, dan gaat het over verschillende manieren van renoveren, het maken van (technologische) aanpassingen alsook het creëren van kleinschalige verbanden voor zorg in bijvoorbeeld de wijk. Dat zijn enkele concepten. Maar er zijn er vele. De containerwoning die in de tuin geplaatst wordt, is er natuurlijk ook een’, aldus Luc de Witte.

Technologie

Als het gaat om wonen en zorg in combinatie met zelfredzaamheid, dan krijgen we dus te maken met technologische mogelijkheden. Zorg op afstand (zorgTV, monitoring en diagnostiek, therapie op afstand), robotica en domotica (huisautomatisering) zijn de belangrijkste technologische domeinen. We spitsen ons nu even toe op domotica. De Witte stelde zich onlangs in een artikel op internet de vraag of zorg en domotica elkaar ooit wel echt zullen vinden. Vanwaar deze vraag? ‘Domotica is eigenlijk niets nieuws’, legt hij uit. ‘Zo’n dertig jaar geleden, ik werkte toen al bij het iRv in Hoensbroek, hadden we een Huis van de Toekomst mét domotica. We dachten toen dat domotica de wereld zou gaan veranderen. Dat is niet gebeurd. Veel bedrijven zijn actief op dit domein, maar zo’n vaart loopt het niet. Wat de verklaring hiervoor is? Kijk, het automatisch aan en uit laten gaan van licht of het automatisch dicht of open doen van een deur, heeft weinig te maken met redenen waarom bijvoorbeeld een dementerende oudere niet meer zelfstandig thuis zou kunnen blijven wonen. Wel een reden is dat hij bijvoorbeeld niet meer alleen naar het toilet kan. Veel bedrijven die zich richten op domotica, claimen dat als cliënten ‘dit of dat’ kopen, de zelfstandigheid gewaarborgd is. Dat is te simpel denken. We kennen de alarmering voor als het niet goed gaat. Voor dementerende ouderen moet je echter eerder denken aan passieve alarmering, systemen die zelf ‘denken’ en ‘weten’ als er iets niet in de haak is. 
Dit in combinatie met bijvoorbeeld een gasdetector. 
En denk ook eens aan een deurdetector bij dwaalgedrag. Door dit soort technologieën te combineren, kun je een eind komen. Echter, dit werkt alleen als je deze technologie inbedt in zorgopvang. Dat hoeft niet altijd professionele zorg te zijn. Mijn ouders bijvoorbeeld gingen elke avond om vijf uur op bezoek bij de buurvrouw op dezelfde galerij en andersom. Zou een van hen iets ‘geks’ constateren, dan was de afspraak dat wij ingeseind werden.’

Technologie, het gaat niet vanzelf in de zorg. Hoe dit komt, heeft volgens Luc de Witte onder ander te maken met de cultuur in de zorg. ‘Mensen gaan in de zorg werken om te zorgen. Niet om met techniek om te gaan. 
Een andere factor is dat bedrijven applicaties maken vanuit hun eigen overtuiging zonder kennis en besef van wat er echt nodig is. Ook het beleids- en regelgevingkader in Nederland helpt niet mee. Voor zorgorganisaties die echt durven te innoveren, is het moeilijk de financiering rond te krijgen’, aldus De Witte.

Gebouw en omgeving

Verschillende technologiedomeinen zijn dus relevant voor de zorg, al dan niet in combinatie met zorgopvang. Volgens De Witte moeten we echter nog een stap verder kijken als we het over technologie hebben, namelijk naar technologie en de gebouwde omgeving. Hij legt uit: 
‘Een paar jaar geleden was ik in Wenen. Die stad kent enorme appartementencomplexen met grote trappenhuizen waar heel veel oudere mensen wonen. Ik sprak daar met een architectenbureau over de vraag of het mogelijk zou zijn deze gebouwen aan te passen, zodanig dat de mensen langer thuis kunnen blijven wonen. In de bouw is de energie vooral gegaan naar het bouwen van nieuwe zorgwoningen. Ik moet zeggen, hier ligt nog steeds een hele uitdaging. Hoe krijg je zo’n gebouw leefbaar zonder dat je het moet slopen? Ik heb daar geen antwoord op. Desalniettemin, ik zie het wel als een nieuw domein. Laten we met behulp van technologie, slimme dingen bedenken waardoor mensen elkaar gemakkelijker kunnen helpen. En als we het breder trekken, er voor zorgen dat mensen in een wijk er voor elkaar zijn. Daarbij is het belangrijk te kijken naar de inrichting van de wijk. Mijn ouders – mijn moeder was dementerend en mijn vader blind – woonden in een appartement in een nieuwbouwwijk van Maastricht. Binnen was het allemaal super de luxe. Zoals eerder verteld, buren wilden best wel iets voor ze doen. Maar ook anderen in de wijk hadden kunnen helpen. Alleen ’s avonds durfden ouderen de straat niet op. In dit voorbeeld is de vraag dan hoe je een wijk zo kunt inrichten dat mensen wel de straat over durven te gaan om elkaar te helpen? Goede verlichting en veilige oversteekplaatsen zijn dan enkele vereisten.’

Ambities VWS

Minister Schipper en staatssecretaris Van Rijn van VWS kondigden in juli van dit jaar aan met zorgpartijen aan de slag te gaan om er voor te zorgen dat bewezen toepassingen van eHealth daadwerkelijk van de grond komen. Wat aansluit bij de wens van velen om meer regie over hun eigen leven te kunnen voeren. Drie ambities stonden in de brief naar de Tweede Kamer: (1) Binnen vijf jaar heeft tachtig procent van de chronisch zieken direct toegang tot medische gegevens, (2) Van de chronisch zieken en kwetsbare ouderen kan 75 procent die dit wil en hiertoe in staat is, binnen vijf jaar zelfstandig metingen uitvoeren, (3) Binnen vijf jaar heeft iedereen die zorg en ondersteuning thuis ontvangt, de mogelijkheid om via een beeldscherm 24 uur per dag met een zorgverlener te communiceren. Wat vindt Luc de Witte van de brief? Hij zegt: ‘Ik had een buitengewoon gemengd gevoel. Aan de ene kant vind ik het een goed ‘statement’ van de minister. Anderzijds denk ik: doe dan ook wat! De ambities zijn mooi, maar kijk je naar de wijze waarop de financieringsbasis geregeld is, hoe verzekeraars zich opstellen, dan wordt een zorgorganisatie telkens afgestraft als ze die kant op gaan die de minister ambieert. En wil VWS toegang tot medische gegevens, dan moet er ook daadwerkelijk iets gedaan worden. Ik ben ongelooflijk voor een persoonlijk Elektronisch Patiënten Dossier (EPD), dat door de patiënt beheerd wordt. Maar kijk naar wat er gebeurd is. Dat gaat er voorlopig niet komen. Ook de ambitie ‘beeldscherm’ klinkt goed, met name voor complexe situaties met kwetsbare mensen. Maar zo’n voorziening is niet voor iedereen nodig; het heeft geen zin als iedereen op ieder moment een zorgverlener kan ‘beeldbellen’. 
Dit moet je gericht inzetten.’

Garantie

Tot slot, wat is het ideale plaatje als het gaat om wonen en zorg? Luc de Witte: ‘Ik denk dat we moeten streven naar een situatie waarin mensen zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving verblijven. En dus nooit de stap zouden hoeven maken naar een expliciete zorgomgeving. Tenzij het echt niet anders kan. Wonen ze in een appartement van een zorgaanbieder, dan hoop ik dat de organisatie tegen ze zegt: ‘We regelen en garanderen de zorg tot aan uw dood.’ Technologie kan ons hierbij helpen, dat mag duidelijk zijn. Maar niet alleen dat. Het creëren van kleinschalige verbanden is hierbij een absolute voorwaarde.’

Na zijn studie Geneeskunde in Maastricht (1977-1983) startte Luc de Witte zijn carrière bij de vakgroep GVO van de Universiteit Maastricht UUM. In 1985 kwam hij in dienst bij het iRv, Kenniscentrum voor Revalidatie en Handicap in Hoensbroek – inmiddels is het iRv gefuseerd met Vilans. Hier voerde hij een groot aantal onderzoeksprojecten in het werkveld van de langdurende zorg en revalidatie. Daarnaast werkte De Witte als docent voor de opleiding zorgwetenschappen aan de UM en leidde hij een groot aantal (inter)nationale studies waarbij de focus lag op het ontwikkelen, evalueren en implementeren van (multidisciplinaire) zorgarrangementen voor mensen met beperkingen. In 2001 werd De Witte benoemd tot lector aan Zuyd Hogeschool, lectoraat ‘Autonomie en Participatie van Chronisch Zieken’. Eind 2006 begon hij een nieuw lectoraat ‘Technologie in de Zorg’. Ook deze functie combineerde hij met het werk bij het iRv en later bij Vilans, waar hij een tijd programmaleider ‘technologie en toegankelijkheid’ was. Vanaf 2008 is hij werkzaam als hoogleraar ‘Technologie in de Zorg’ aan de UM. In januari van dit jaar aanvaardde De Witte tevens de functie van directeur bij het Expertisecentrum voor Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT)..