Bouw en Uitvoering

Robbert Huijsman: ‘We moeten het schip keren’

TVB Zorg - We moeten het schip keren

In deze editie van tvb ZORG staat de toekomst van de gezondheidszorg centraal. In discussie met Robbert Huijsman, bijzonder hoogleraar Management & Organisatie van Ouderenzorg aan het Instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit in Rotterdam, over trends en toekomst.

Internationaal gezien is en blijft de Nederlandse gezondheidszorg een van de toppers, steekt Robbert Huijsman van wal. ‘Inhoudelijk en kwalitatief speelt onze zorg mee op het niveau van de Eredivisie. Helaas is die Eredivisie zelf te duur geworden.
De Nederlandse gezondheidszorg is ook nummer twee als het gaat om de hoogte van de kosten ervan per inwoner. En dan is de echte vergrijzing nog niet eens begonnen.’

Dure zorg

Wat maakt de zorg duur? Robbert Huijsman: ‘De belangrijkste ‘driver’ is nieuwe technologie, met name in de medisch-specialistische zorg. Nieuwe technologie zoals de Da Vinci robot voor chirurgie of nog betere MRI’s. Nieuwe technologie is prima, maar het probleem is dat iedereen die technologie wil hebben en tegelijkertijd ook door wil gaan met de oude. De tweede factor die de kosten opdrijft, is de medicalisering. Tegenwoordig valt bijna alles onder gezondheidszorg. ‘Als ik dan toch recht heb op zorg, dan wil ik ook een second opinion…’ Als derde factor noem ik de prijs. De prijsontwikkeling in de gezondheidszorg in Nederland steekt uit boven de gemiddelde prijsontwikkeling van de economie. Dit is het zogenaamde Baumol-effect. Wat dat in essentie is? Een gewone economische sector gaat steeds doelmatiger werken, waardoor de productie per eenheid verbetert en de prijs beheersbaar blijft. In de gezondheidszorg werkt dit niet zo. Ik vergelijk het altijd met een dirigent. Kan deze man productiever zijn? Nee. Het is niet mogelijk de Bach sonates terug te brengen van bijvoorbeeld tien naar acht minuten. Kortom, de economische wet van een steeds doelmatiger en effectievere gezondheidszorg gaat niet op. De verhouding tussen prijs en effectiviteit verbetert niet in de zorg, dit in tegenstelling tot andere sectoren. Tenzij we het handenwerk van verzorgenden, verplegenden en artsen weten om te zetten in technologie.’

Technologie

Met de technologie zijn we aanbeland bij innovatie in de zorg. Huijsman: ‘Op technisch gebied kan al veel. Denk aan telemonitoring, domotica of aan kijkoperaties. Vroeger moest de buikwand open gesneden worden. Nu maken we een klein gaatje en gaat er een scoop in met allerlei functionaliteiten. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat patiënten minder ‘schade’ ondervinden. Het herstel gaat sneller. Gezondheidsapps zien we ook steeds meer. Apps die bijvoorbeeld waarden in het lichaam monitoren. Maar weet je wat we niet goed doen in Nederland? Het implementeren en opschalen van al deze technologische hoogstandjes. Dat komt omdat bijvoorbeeld ziekenhuis A iets ontwikkelt, dat niet ‘zomaar’ overgenomen wordt door ziekenhuis B. We willen die nieuwe ontwikkeling wel, maar alleen als we het zelf ontdekken. Professionals nemen niet snel zaken van elkaar over. Ook aanbieders houden het opschalen tegen. Nu is het een hype om alles webbased te doen met open source applicaties. Vroeger bood bijvoorbeeld Philips een kastje aan voor tweewegcommunicatie via de tv. Iedere aanbieder van software en hardware had zijn eigen technologie. Het waren ‘lock ins’. Dat leek slim om de markt te beschermen, maar het verhinderde opschaling. Meerdere kastjes van verschillende leveranciers belemmeren dat mensen in bijvoorbeeld Rotterdam, ongeacht waar ze wonen, niet zomaar aangesloten kunnen worden op glasvezelkabel. Dit is lang een dilemma geweest. De derde factor die schaalvergroting belemmert, ligt op politiek en budgettair terrein. De zorgaanbieder wil best overschakelen van spreekkamertijd tussen arts en patiënt naar eHealth oplossingen. Maar alleen als hij er voor betaald wordt. Anders gaat zijn omzet er aan.’

Politiek

Van technologie naar de politiek… Onlangs hebben de gemeenteverkiezingen plaatsgevonden. Heeft de uitslag invloed op het bedrijfsleven? ‘Zeker’, antwoordt Robbert Huijsman. ‘Het bedrijfsleven staat niet negatief tegenover investeringen voor schaalvergroting. Toch durven ze niet echt te investeren, omdat het politieke klimaat voortdurend verandert. Daardoor zijn business cases nauwelijks te realiseren. Bedrijven hebben een stabiele periode nodig om investeringen te kunnen terugverdienen. Krijgen ze elk jaar met andere regels te maken, dan worden ze huiverig. Onderschat in het kader van wel of geen schaalvergroting ook de rol van de gemeentes niet. Zij zijn tegenwoordig verantwoordelijk voor de Wmo. Daar moeten ze in groeien. Het kost tijd. Kijken we op nationaal niveau, dan schuiven we voortdurend tussen de AWBZ, de Zorgverzekeringswet en de Wmo, tussen drie stelsels. Dat schept geen vertrouwen om te investeren. Waar moeten ondernemers hun begroting op baseren?’

Silo’s en ketenzorg

Hoe zouden we de gezondheidszorg moeten inrichten en organiseren? Een lastige vraag, volgens Huijsman. ‘We hebben in Nederland te maken met een democratie. We willen niet de Engelse variant, een nationaal systeem geregeld door de overheid. Of een Frans systeem waarin de lokale communities veel te vertellen hebben. Toch zijn we daar, met de omzetting van de Wmo wel enigszins mee bezig. Maar realiseer je, Nederland kent meer dan vierhonderd gemeentes. Als zij allemaal hun eigen oplossing voor de Wmo verzinnen, waar gaan we dan heen met elkaar? Democratie is prima, maar het heeft ook nadelige kanten. Met de coalitieregeringen zetten we met consensus slechts kleine stappen vooruit, soms zelfs achteruit. Versnippering in de politiek maakt het niet gemakkelijk. Versnippering die overigens ook geldt voor de zorg zelf. Vraag je aan tien verschillende ziekenhuizen hoe de gezondheidszorg eruit moet zien, dan krijg je meer dan tien verschillende antwoorden. Zorgdisciplines zitten ieder in hun eigen silo’s gevangen. Jammer. Want wat een patiënt wil, is integrale zorg. Dat kan niet met al die silo’s. Toch zijn er wel vorderingen te noemen. Ketenzorg vindt plaats rondom bijvoorbeeld diabetes en dementie. Huisartsen, internisten, diëtisten enzovoorts werken met elkaar samen. We hebben zelfs een apart bekostigingssysteem bedacht voor deze ketenzorg. Echter, er zijn ook nadelen te noemen. Moeten we alles langs aandoeningen organiseren? Wat als iemand diabetes heeft én dement is? Waar zijn we dan met onze integrale zorg?’

Participatiemaatschappij

Blijft de vraag wat de beste aanpak is voor de gezondheidszorg. Robbert Huijsman: ‘Het zou helpen als we de cliënt weer centraal stellen. Veel cliënten kunnen best stappen zetten in hun eigen regie. We zouden zelfs kunnen fantaseren over een model waarin de cliënt zelfsturend is. Zodanig dat hij zelf bepaalt welke hulpverlener hij inschakelt. Denk aan een eigen EPD, een eigen portaal.’

Van zelfmanagement is het een kleine stap naar de participatiemaatschappij, momenteel een hot item in Nederland. Staat Huijsman positief tegenover zo’n maatschappij? ‘Ja’, antwoordt hij, ‘al liggen er verschillende motieven aan ten grondslag, positieve en negatieve. Burgers willen steeds meer zelf doen. Onderzoek toont aan dat mensen sneller herstellen als ze de regie in eigen handen nemen. Als ze bijvoorbeeld een sociaal netwerk om zich heen creëren. Vaak blijkt dat er ook andere oplossingen zijn dan alleen het handje ophouden bij de collectieve zorg van de staat. Een buurman uit de wijk kan best een keer achter de rolstoel aan lopen in plaats van een verzorgende. Aan de andere kant, kiest de burger voor eigen verantwoordelijkheid, dan neemt het beroep op de collectieve voorzieningen af. Dat is gunstig en dus een motief vanuit Den Haag. Politiek gezien willen we van collectivisering af, naar neoliberalisme. Kortom, over de participatiemaatschappij gieten we ook een ideologisch sausje. Belangrijk is dat de motieven voor een participatiemaatschappij goed worden uitgelegd. Doen we dat niet, dan is er geen vertrouwen.’

Vertrouwen, het woord viel al eerder. Huijsman: ‘Het vertrouwen van de burger gaat fundamenteel onderuit, in de bankenwereld, in de gezondheidszorg. Ook al zou zelfmanagement ideaal zijn, de eerste bijgedachte is: ‘Oh ja, maar jij wordt er zeker ook wijzer van? Wat zit er achter?’ En dat is jammer. Want vertrouwen is de basis van alles. Betrek je hierbij ook nog het feit dat bestuurders en managers steeds meer risicomijdend gedrag vertonen dat vraagt om extra toezichtlagen, dan heb je wel een heel giftig mengsel.’

Toekomst

Productinnovatie, organisatorische innovatie en sociale innovatie, de mening van Robbert Huijsman is duidelijk. De zorg en het stelsel, het is een ingewikkeld mechanisme waarin elke positieve beslissing of ontwikkeling ook een nadelige kant lijkt te hebben. ‘Toch moeten we proberen het schip te keren’, benadrukt Huijsman. ‘Zoals het nu gaat, is het onhoudbaar qua betaling en arbeidsmarktproblematiek. We hebben steeds minder mensen die de zorg op zich kunnen nemen. Mijn toekomstvisie? Zoals ik al zei, een maatschappij met meer zelfzorg. Mensen blijven langer thuis wonen, in hun eigen omgeving waar de aandacht veel meer ligt op de kwaliteit van leven dan op de kwaliteit van zorg. Let wel, als je 85 bent, gaat niet alles meer vanzelf. Kleine probleempjes horen erbij. Dat moeten we accepteren. Tegelijkertijd is ook palliatieve zorg belangrijk. In de toekomst is het geen taboe meer. Een toekomst waarin we ook geleerd hebben steeds meer technologie te integreren in ons dagelijks leven.’

Robbert Huijsman (1962) studeerde Economie in Rotterdam en promoveerde in 1990 op een simulatiemodel om vraag en aanbod in de ouderenzorg in hun onderlinge verhoudingen te analyseren. Daarna volgde een wetenschappelijke carrière bij het iBMG, onder andere als bijzonder hoogleraar Ouderenzorg (1997-2001) en hoogleraar Integraal zorgmanagement (2002-2011). Vanaf 2007 combineert Huijsman een parttime aanstelling bij het iBMG met diverse functies in het zorgveld, waaronder die van mededirecteur van het organisatieadviesbureau Zorg Consult Nederland (2007-2009) en directeur Innovatie en Onderzoek bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (2009-2011). Sinds juli 2011 werkt hij bij Achmea Zorginkoop als Senior manager Kwaliteit & Innovatie.