Wondere wereld van zorgrobots

Integratie van emotionele intelligentie in zorgrobots

Samenwerking tussen mens en robot zal steeds vaker noodzakelijk zijn met het oog op de toenemende vergrijzing. En de tijd is er ook rijp voor. Robots worden steeds slimmer en socialer. Neem nu Paro, een zachte, witharige knuffelrobot voor ouderen met dementie. Of Alice. tvb ZORG duikt in de wondere wereld van zorgrobots.

Matthijs Pontier werkt als postdoc bij CAMeRA (Center for Advanced Media Research) aan de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam binnen het SELEMCA (Services of Electro-mechanical Care Agencies) project. Zijn achtergrond wordt gevormd door de studies Kunstmatige Intelligentie en Psychologie. Tijdens zijn promotieonderzoek ontwikkelde hij emotionele intelligentie voor computers. Over SELEMCA zegt hij: ‘Dit project valt onder het door de Nederlandse overheid gefinancierde Creative Industry Scientific Programme (CRISP), een overkoepelende organisatie die zich richt op de ontwikkeling van een kennisinfrastructuur in de creatieve sector. SELEMCA kent diverse projecten. In elk project zitten verschillende partijen. In ons project zijn dat zorginstellingen, universiteiten en de creatieve industrie. De focus ligt op robots en ‘agents’. ‘Het verschil? Wij noemen alles een robot. Maar bij een robot denkt iedereen aan een robot met een lichaam. Daarom maken we een onderscheid met ‘agents’. Dit zijn computerpoppetjes die op een beeldscherm te zien zijn. Ze hebben dus geen fysiek lichaam. Denk bijvoorbeeld aan een poppetje op een scherm dat helpt bij zelftherapie.’

Speeddaten

‘Tijdens mijn promotieonderzoek heb ik op basis van psychologische en sociaal-wetenschappelijke theorieën een computermodel ontwikkeld van de wijze waarop mensen zich sociaal-emotioneel gedragen’, vertelt -Matthijs Pontier. ‘Wat roept bepaalde emoties bij mensen op? Welke rol hebben emoties en gevoelens bij het nemen van beslissingen? Omdat een computermodel een stuk software is, kan een robot dit model gebruiken om zich menselijk te gaan gedragen in emotioneel opzicht. Het zijn als het ware de ‘hersenen’ van de robot. Wij proberen deze hersenen dus te ontwikkelen. Of het nu gaat over die van een robot of een ‘agent’, dat maakt ons weinig uit. ‘De technologie wordt alleen op een andere manier toe-gepast, in een ‘lichaam’ of op het scherm. Om het model te testen, heb ik in een experiment mensen laten speed-daten met het model dat was ingebouwd in een poppetje op de computer. Zowel de persoon als het poppetje kon kiezen uit een aantal antwoorden bij het beantwoorden van een vraag van de ander. Wat bleek? Voor de proefpersonen was er geen onderscheid in het antwoord van het poppetje wat werd gegeven door het model en het antwoord van het poppetje wat werd gegeven door een echt persoon.’

Morele beslissing

Het SELEMCA-project loopt alweer een jaar. Centraal binnen het project staat, dat mag duidelijk zijn, het integreren van emotionele intelligentie in zorgrobots. Onderzoekers bekijken drie typen functionaliteiten van de robots: die van schakel tussen verzorger en patiënt, de zorgverleningstaak (denk aan beweging, medicijn-inname of virtuele therapie) en de hulp bij het invullen van medische vragenlijsten. ‘Daar zijn we inmiddels al een heel eind mee’, vertelt Pontier. ‘Zelf richt ik me nu voornamelijk op ‘machine ethics’. Ofwel, hoe laat je machines nadenken over morele beslissingen. Zodanig dat een robot dezelfde beslissing kan nemen als medisch-ethische experts. Zoals bij het motiveren van patiënten om gezonder te eten en meer te bewegen. In dit voorbeeld is er een grijs gebied tussen de doelen van de patiënt en de doelen van de mens of robot die de patiënt proberen te beïnvloeden. Wanneer ben je als mens of robot de patiënt aan het helpen en wanneer aan het manipuleren? Dus de morele beslissingen waar de robot in de praktijk voor gebruikt gaat worden, zullen hier met name over gaan.’

Alice

De eerste sociale robot uit het project heeft een paar maanden geleden haar intrede gedaan: Alice. Deze ‘dame’ richt zich met name op eenzame, demente en gehandicapte mensen. Mattijs Pontier vertelt: ‘Alice helpt mensen die langdurige zorg nodig hebben. Het is de bedoeling dat Alice een ‘vriendinnetje’ wordt en activeert, stimuleert en contacten legt. Door het emotiemodel heeft deze robot een beeld van de gebruiker. Dit beeld is niet statisch. Alice past het beeld aan op basis van de interactie. Ze maakt een praatje, speelt een spelletje, kijk televisie en maakt opmerkingen over een programma. Alice reageert, na aanpassing van het beeld, zoals wenselijk is. Ze bouwt echt een relatie op. Bovendien motiveert ze de gebruiker. Bijvoorbeeld door te vragen of deze zin heeft om een stukje te gaan wandelen.’ Dus Alice reageert ook als een dementerende verdrietig is? Pontier: ‘Jazeker, dat kan. En weet ze het antwoord op een vraag niet, dan kan ze er altijd nog een zorgverlener bij halen.’

Het is de bedoeling dat Alice over twee jaar op de markt komt. Vooralsnog wordt het komende jaar gestart met een pilot bij Amsterdamse zorginstellingen, waaronder Mentrum, Osira/Amstelring en Alzheimer Amsterdam. De onderzoekers hebben, zo legde Pontier al eerder uit, veel mensenkennis aan de zorgrobot toegevoegd. Ze kan morele beslissingen nemen en communiceren. Echter, het is noodzaak dat Alice leert van haar ervaringen met de patiënt. Als alle informatie verzameld is, zal verdere ontwikkeling van Alice plaatsvinden en zal ze uiteindelijk in productie worden genomen.

Juiste zorg

Alice is een van de robots waar het project zich op richt. Daarnaast zijn er, zoals al eerder genoemd, de ‘agents’. Ook deze robots nemen een belangrijke plek in binnen het project. ‘We zijn een ‘agent’ aan het ontwikkelen die mensen ondersteunt bij het zoeken van zorg die bij hun behoeften aansluit’, vervolgt Matthijs Pontier. ‘Waarom deze toepassing? Puur omdat we met zorginstellingen gepraat hebben over de behoeften die mensen hebben. Uit deze gespreken weten we dat er veel tijd en energie zit in het vinden van zorg die aansluit bij de wens van de patiënt. En dat er soms iets verkeerd gaat. De zorgvrager krijgt niet altijd de zorg die bij hem of haar past. Het kan dus beter.’ Maar wat doet de robot dan beter dan de zorgverlener? Pontier antwoordt vrijwel direct: ‘Een robot beschikt over heel veel gegevens waar hij slim mee om kan gaan. Hij verwerkt een grote hoeveelheid informatie in korte tijd beter dan mensen dat kunnen. Let wel, we willen niet per se dat de robot mensen vervangt. Het is juist de bedoeling dat de robot in de rol van zorgmakelaar de zorgvrager in het voortraject helpt. Zodanig dat de zorgvrager met een duidelijke, specifieke vraag naar de zorgverlener komt.’

Aanvullend en kostenbesparend

Uitgangspunt van het project is het gebruik van creatieve technologische oplossingen om bestaande zorg aan te vullen. Dat is duidelijk. Pontier: ‘Natuurlijk, sommige taken kunnen wel overgenomen worden. Denk aan hulp bij het invullen van vragenlijsten.’ Zorginstellingen zijn positief over deze ontwikkeling, vernemen we van de onderzoeker. Enerzijds omdat ze meer ruimte krijgen voor echte zorg. Ook kostentechnisch kan het aantrekkelijk zijn voor de zorg. Pointier geeft een voorbeeld. ‘Neem een zelfhulptherapie voor mensen die depressief zijn. Vaak is de drempel voor hen te hoog om hulp te zoeken. Uit onderzoek blijkt dat deze mensen wel bereid zijn tot zelfhulptherapie. Zetten we deze zelfhulptherapie vaker in, dan helpen we mensen die anders in nog veel grotere depressies terecht zouden komen. En dus nog veel meer zorg nodig zouden hebben. Zorg die betaald moet worden door de maatschappij. Denk ook aan de zorgmakelaar, waar ik het eerder over had. Sluit je de zorg direct goed aan bij de wensen van de cliënt, dan bespaar je gegarandeerd op de zorgkosten.’

Niet zielig

Hoe je het ook wendt of keert, het blijft een vreemd gevoel. Robots en ‘agents’ in de zorg. Aan de andere kant, deze ‘machines’ geven de zorgprofessionals wel meer ruimte voor sociale interactie van hoge kwaliteit. Matthijs Pontier vult aan: ‘Mensen vinden het zielig als een dementerende Paro, een zorgrobot in de vorm van een zeehond, knuffelt. Echter, praat je met de mensen die zo’n robot hebben, met de zorgverleners en de familie van een dementerende, dan hoor je een heel ander verhaal. Ze zijn heel positief over Paro. Het lijkt alsof mensen hun drang naar autonomie willen projecteren op de dementerende. Dit terwijl de dementerende er misschien helemaal geen behoefte (meer) aan heeft. Hij of zij is simpelweg blij met de interactie met Paro. Hoezo is het dan zielig?’

Robots die op een menselijke manier met mensen communiceren. Het lijkt de toekomst. Soms zijn we bang voor de toekomst. Bang om het menselijke in de mens kwijt te raken. Maar wat als de tijd ontbreekt en de financiën aan banden worden gelegd? Dan zijn we wellicht heel blij met Alice of Paro of welke ‘agent’ dan ook. Dan kunnen we in de zorg weer écht zorgen.