Bouw en Uitvoering

Zorgtechnologie: denkers en doeners komen samen

Zorgtechnologie

Besteden we genoeg geld aan zorgtechnologie en zijn deze investeringen wel de juiste? Leveren ontwikkelaars de techniek waar behoefte aan is? Pas als artsen en technologen gaan samenwerken, komt de zorg verder. Het Jaarcongres van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs KIVI NIRIA stond in het teken van Zorg & Techniek.

Het belang van de aanwezigheid van ingenieurs in de zorg is groot. Daar waren alle deelnemers aan het congres het wel over eens. 
Het programma van het Jaarcongres Zorg & Techniek was dan ook dusdanig samengesteld dat het aantrekkelijk was voor zowel zorgprofessionals als ingenieurs. Zo konden de deelnemers aan het congres een bezoek brengen aan het Robolab in Twente en werd er uitgebreid stilgestaan bij de rol die de nieuwe technische opleiding Technische Geneeskunde heeft in de zorg. Verder ging Ingenieur van het Jaar en klinisch fysicus Michaël Lansbergen in op de veiligheid in de zorg. Maar er was meer. Behalve de vele plenaire lezingen vonden talloze workshops plaats en werd er een groot debat gehouden met mensen uit het medische veld. Op de website van KIVI NIRIA is een compleet verslag na te lezen van het congres, evenals de presentaties van de sprekers in woord en beeld. In dit artikel beperken we ons tot de belangrijkste lessen van deze dag.

Vervangend versus additioneel

‘Er is geen zorg mogelijk zonder techniek.’ Met deze woorden opende Martin van Pernis, president van KIVI NIRIA het Jaarcongres Zorg & Techniek. Het huidige tijdsbeeld dwingt ons echter om tegen minder kosten slimmere hulpmiddelen te maken. Dat streven is op zich al ingewikkeld genoeg. Tijdens het congres kwam nog een ander aspect meerdere malen ter sprake. Ongeacht de aard ervan moet elke technologische innovatie in staat zijn om een bestaand product of bestaande procedure te vervangen. Zeker nu overal wordt gesneden in de zorg, zijn extra producten, extra diensten of extra handelingen uit den boze. Vervangend dus, in plaats van additioneel. De techniek, in al zijn pracht, moet in staat zijn om bestaande zorg over te nemen.

Investeren met verstand

Een ander punt van zorg is de bekostiging van op innovatie gericht onderzoek. Anne Flierman, voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Twente, schoof nog niet zo lang geleden aan bij de informateurs van het nieuwe kabinet, Wouter Bos en Henk Kamp. Zijn boodschap, die hij samen met de Technische Universiteit Eindhoven en de Technische Universiteit Delft had geformuleerd, was kort doch dringend. Ten eerste benadrukte hij dat de drie TU’s zich zien als de basis voor het opleiden van goede ingenieurs. Daarom zouden de technische opleidingen gekoesterd moeten worden, ook door de overheid. De drie TU’s hebben Bos en Kamp daarom met klem verzocht te stoppen met de uitholling van de bekostiging van technische opleidingen. Verder waarschuwde Flierman c.s. voor het enorme gat wat er dreigt te vallen als er geen oplossing komt voor de bekostiging van op innovatie gericht onderzoek. ‘Weliswaar wordt er momenteel hard nagedacht over compensatie. Maar als hier geen oplossing voor komt, zitten de drie technische universiteiten in Nederland straks met een fantastische infrastructuur die leegstaat omdat de workforce, de promovendi die dat onderzoek moeten uitvoeren, er niet meer is. Dat kunnen we ons niet permitteren. Kennisinstellingen in het algemeen en de technische universiteiten in het bijzonder zijn onmisbaar als het gaat om de innovatie van onze kenniseconomie. En juist die kenniseconomie moet van topkwaliteit en van een topniveau zijn om ons land weer uit de crisis te helpen.’

uitgaan van gezondheid, niet van ziekte
De afgelopen jaren is de behoefte aan zorg geëxplodeerd. Bij ongewijzigd overheidsbeleid zullen we in 2050 zo’n 255 miljard euro uitgeven aan zorg. Ton van der Steen, Hoofd Biomedische Technologie van het Erasmus MC in Rotterdam, benadrukte het belang van techniek in deze ontwikkeling. ‘We zullen op een andere manier naar onze zorg moeten kijken. We staan aan het begin van een radicale innovatie. Daarbij moeten we niet langer denken in termen van ziekte, maar juist uitgaan van de gezondheid van mensen. Nu de ziekenhuiszorg zo kostbaar is geworden, moeten we voorkomen dat mensen er terecht komen. In mijn vakgebied hebben we het dan over ‘minimal invasive care’. Mensen opereren met behulp van innovatieve technieken en technologieën, zodat ingrepen minder zwaar worden en mensen sneller herstellen. Dit scheelt veel tijd en geld. Bovendien profiteren patiënten er nog wel het meeste van.’

Geen kwantiteit, maar kwaliteit

Volgens Wim Groot, econoom van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, komt het met de curatieve zorg wel goed. ‘Artsen zijn van nature wat gevoeliger voor technologische innovaties. Het probleem schuilt in de langdurige zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Daar wordt nog vrij weinig arbeidsbesparende technologie toegepast. Daar is nog veel te winnen. En dat is nodig ook, omdat de zorg op dit moment onze economische groei dreigt te verstikken. De zorg is een sector met een hele lage productiviteitsgroei. Als die sector steeds groter wordt, heeft dat een belangrijk effect op onze economie.’ We moeten investeren in arbeidsbesparende technologie om in economisch opzicht te kunnen groeien. Dus niet in mensen, in handen aan het bed. Wim Groot: ‘Dat is een verkeerde gedachte. De focus moet liggen op kwaliteit, niet op kwantiteit. Als ik later zelf verzorging nodig heb, zou ik persoonlijk liever een volautomatische wasstraat hebben, met zachte borstels, dan dat een achttienjarige verpleegkundige naast mijn bed staat die me van top tot teen wast. Bovendien hebben we daar straks ook de mensen niet meer voor, omdat de zorgvraag gewoon te hard groeit.’

De noodzakelijke zorg moet op een andere manier verdeeld en ingericht worden. Arbeidsbesparende technologie helpt om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen en maakt het ook voor mantelzorgers gemakkelijker om zorg te blijven verlenen. Wim Groot: ‘Er zijn al veel van dit soort technieken en technologieën beschikbaar. Maar deze moeten we breder en effectiever inzetten, bijvoorbeeld voor mantelzorgers. Een van de beperkingen schuilt in het gebruik. Vooral ouderen en mantelzorgers zijn wat terughoudend als het gaat om vernieuwing en de techniek in het algemeen. Verder weten we niet of die technieken wel zo veel beter zijn. Wegen ze wel op tegen de kosten? In het geval van arbeidsbesparende technologie is het lastig om aan te tonen dat een innovatie ook kosteneffectief is. En juist dat bewijs van effectiviteit is een overtuigend argument om innovaties door te kunnen voeren.’

Nieuwe technieken, nieuwe markten

Het is een illusie om te denken dat de techniek zaligmakend is als het gaat om het terugdringen van de kosten. Wim Groot waarschuwt de toehoorders: ‘De mogelijkheden van de techniek zijn eindeloos. Met techniek kan bijna alles. Daar twijfelt niemand aan. Maar op het moment dat je, zeker in de hoek van de preventie, meer mogelijk maakt door ziektes en aandoeningen eerder te diagnosticeren, creëer je ook een nieuwe markt. Er komt dan een groep mensen bij die je zonder de technologie had gemist, maar die wel behandeld moet worden.’ Een ander gevaar schuilt in de cultuur. Wim Groot: ‘De zorg loopt het risico de boot te missen omdat innovatie als thema niet op de agenda staat van veel zorginstellingen. Nog niet althans. Het is geen onderdeel van de instelling, maar bestaat naast de instelling. Innovaties moeten een integraal onderdeel worden van de bedrijfsvoering. En het management moet dit ook zien en erkennen. En daarvoor zijn natuurlijk wel leiderschap, visie én ondernemerschap nodig.’

Sleutel tot succes

Het geheim zit ‘m in de crossover. Echte liefde tussen zorg en techniek wordt het pas als beide sectoren de handen in elkaar slaan en samen optrekken. Zowel sprekers als deelnemers waren het daar over eens. Frans Hiddema, CEO van het Oogziekenhuis Rotterdam, lichtte een tipje van de sluier op. ‘Het is heel belangrijk om te willen leren. Om ingrijpende veranderingen in gang te zetten, hebben wij gekeken buiten onze eigen kaders. De industrie is daarvan een mooi voorbeeld. Bovendien hebben wij de kunst afgekeken van de beste professionals binnen ons vakgebied. In ons geval hebben wij onze blik gericht op het buitenland.’

Timing en planning

Ook timing en planning zijn belangrijk, aldus hoogleraar Filosofie van Mens & Techniek Peter-Paul Verbeek. ‘Zorg en techniek zouden gelijk moeten oplopen, zodat er ook op tijd geanticipeerd kan worden. We moeten mee blijven denken in het gehele proces en niet pas na een innovatie zeggen waarom het niet gaat werken. Veel mensen zien zorg als warm en techniek als koud. We moeten voorbij deze scheiding gaan denken. Ons gehele leven is verweven met technologie. Het is een manier om in de wereld te staan.’

Technische geneeskunde

De opleiding Technische Geneeskunde kan hierin een belangrijke brug slaan. Heleen Miedema, opleidings-directeur van deze opleiding aan de TU Twente, legt uit dat zij ingenieurs opleiden met overzicht én inzicht. ‘Wij zijn trots op de nieuwe ontwikkelingen en het inzicht van de technisch geneeskundigen die wij opleiden. Zij hebben lef en inzicht. Normaal richten ingenieurs zich op groepen. Nu moet er specifiek naar de patiënt gekeken worden. Dat vraagt een ander inzicht.’ Ook Michaël Lansbergen, Ingenieur van het Jaar en klinisch fysicus, benadrukte het belang van de samenwerking tussen medici en ingenieurs. Kees Smaling van Siemens ging zelfs nog een stap verder: ‘Technische Geneeskunde zorgt er voor dat de denkers en doeners samenkomen. Dit leidt tot nieuwe denkbeelden. Ingenieurs moeten daarvoor eigenlijk de zorg overnemen. Dit zou ook tot 25 procent kostenbesparing leiden.’

Al met al was het een dag van kansen en mogelijkheden. Heel inspirerend en leerzaam. De weg is nog lang, maar het is een kwestie van tijd voordat de zorg en de techniek elkaar definitief hebben gevonden en elkaar niet meer loslaten. Echte liefde bestaat wel degelijk.

Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs KIVI NIRIA is het netwerk van ingenieurs en hoger opgeleide technische professionals in Nederland. Dit netwerk biedt mogelijk-heden om kennis te ontwikkelen en te delen met andere professionals. Het promoten van techniek in de samenleving is een van de speerpunten van KIVI NIRIA.
‘Innovaties zijn nodig om de zorg beter én effectiever te maken. Intensieve samenwerking tussen het bedrijfsleven, de wetenschap en de overheid is essentieel. Cruciaal hierbij is dat innovaties niet ‘bovenop’ komen wat we al hebben. Dat maakt de zorg alleen maar nog duurder. Innovaties moeten bestaande technologieën, procedures en werkwijzen juist vervangen.’ Met deze woorden sprak Edith Schippers, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de deelnemers toe van het Jaarcongres Zorg & Techniek.

In Enschede waren zowel deelnemers uit de medische wereld als ingenieurs aanwezig. Zij gingen in verschillende sessies met elkaar in discussie over de rol die techniek kan spelen in het medische werkveld. Deze synergie kon de minister dan ook alleen maar toejuichen. ‘Hoe sterker de samenwerking tussen ingenieurs en de gebruikers – zorgverleners én patiënten – hoe meer uw innovaties efficiënt kunnen worden ingezet. En hoe meer de investeringen in nieuwe technieken ons opleveren.’

KIVI NIRIA President Martin van Pernis benadrukte in zijn openingsspeech het belang van technologie in de zorg. De toenemende vergrijzing en de daarmee samenhangende groeiende chronische ziekten zullen een toenemende inzet van moderne technologie vereisen. Waar reeds de zorg nadrukkelijk aanwezig is in de preventieve en correctieve zorg, zal dit exponentieel toenemen. Bij ongewijzigd beleid zullen de zorgkosten van 90 miljard euro nu, oplopen tot 255 miljard in 2050 (bron CBS). Dat zou een verdubbeling betekenen van het percentage van twaalf naar 24% van het BBP. De inzet van innovatieve systemen in de gehele zorgsector zal uiteindelijk leiden tot een beheersing van de kosten in de zorg. Van de inzet van sensoren in de woning tot moderne laboratoriumuitrustingen, en van robots tot protheses.