De rechtbank Den Haag heeft op 21 oktober 2026 70 ouderenzorgorganisaties in het gelijk gesteld in een kort geding tegen zes zorgkantoren over het Wlz-inkoopbeleid 2027–2029. De zorgkantoren VGZ, Zilveren Kruis, CZ, Menzis, Zorg en Zekerheid en Salland zijn door de rechter verplicht maatregelen te nemen die gevolgen hebben voor contracten en de manier waarop tarieven worden onderbouwd.
Onmiddellijke verlenging en termijn voor aanpassing
Als direct gevolg van de uitspraak moeten de bestaande Wlz-overeenkomsten met ten minste één jaar verlengd worden, in ieder geval voor 2027. De zorgkantoren moeten deze verlenging uiterlijk 15 november 2026 bekendmaken. Daarnaast geldt dat het inkoopbeleid binnen een jaar aangepast moet worden en dat nieuwe tarieven gepubliceerd moeten worden, waarbij rekening gehouden moet worden met financieringsbaten en -lasten en een transparante onderbouwing van totstandkoming van die tarieven.
Verplichte transparantie en rendementsafslag
De rechtbank legt de nadruk op meer openheid over de tariefberekening. Vijf van de zes betrokken zorgkantoren moeten bovendien duidelijker aangeven onder welke omstandigheden zij een rendementsafslag kunnen toepassen. De uitspraak beoogt daarmee zorgorganisaties de financiële zekerheid te geven die nodig is om te investeren in personeel, zorgvastgoed, digitalisering, innovatie en verduurzaming, zo stellen de eisers.
- Aantal eisers: 70 ouderenzorgorganisaties
- Zorgkantoren betrokken: VGZ, Zilveren Kruis, CZ, Menzis, Zorg en Zekerheid, Salland
- Rechtelijke datum uitspraak: 21 oktober 2026
- Deadline verlenging bestaande overeenkomsten: 15 november 2026
- Termijn voor aanpassing inkoopbeleid en publicatie nieuwe tarieven: 1 jaar
Argumenten van de zorgorganisaties
De ouderenzorgorganisaties stelden dat het voorgestelde Wlz-inkoopbeleid de noodzakelijke investeringsruimte belemmert en leidt tot financiële onzekerheid. Volgens hen zou het beleid de beschikbaarheid van passende zorg onder druk zetten, doordat het investeringen in personeel, vastgoed, digitalisering, innovatie en verduurzaming verhindert.
Gevolgen voor bestuurders en inkopers
Voor bestuurders en inkoopafdelingen van ouderenzorginstellingen betekent de uitspraak dat bestaande contractrelaties in elk geval voor 2027 zekerheid bieden door de verlenging van overeenkomsten. Tegelijk ontstaat er ook een wettelijke druk op zorgkantoren om hun tariefbeleid te motiveren en transparanter te communiceren. Zorgbestuurders moeten anticiperen op hernieuwde onderhandelingen en de openbaar te maken onderbouwingen van tarieven meenemen in hun financiële planning voor de komende jaren.
| Acteur | Verplichting/maatregel | Termijn |
|---|---|---|
| Zorgkantoren (VGZ, Zilveren Kruis, CZ, Menzis, Zorg en Zekerheid, Salland) | Verlening bestaande Wlz-overeenkomsten; aanpassing inkoopbeleid en publicatie nieuwe tarieven; meer transparantie over tariefonderbouwing; vijf van zes moeten rendementsafslagvoorwaarden verduidelijken | Verlenging bekendmaken uiterlijk 15 november 2026; aanpassingen binnen 1 jaar |
| Ouderenzorgorganisaties | Behouden van bestaande overeenkomsten voor minimaal 2027; kunnen financiële zekerheden gebruiken voor investeringen | Direct voor 2027 (verlenging) |
De uitspraak is een duidelijke aanwijzing dat rechters bij geschillen over inkooppraktijken en tariefstelling oog hebben voor de gevolgen voor continuïteit en investeringsvermogen in de ouderenzorg. Voor zorgkantoren geldt dat zij hun inkoopbeleid niet alleen inhoudelijk, maar ook qua motivering en transparantie zullen moeten aanscherpen.