Minister van Volksgezondheid Sophie Hermans (VVD) wil de financiering van de postcovid-expertisecentra vanaf 2028 terugschroeven. De centra behandelen patiënten met postcovid, doen onderzoek naar hun klachten en verzamelen kennis over de aanpak daarvan. In plaats van afzonderlijke structurele financiering voor de centra zet Hermans in op inbedding van de zorg en ondersteuning in de reguliere zorg.
Expertise moet worden verspreid
De expertisecentra hebben volgens de plannen niet alleen een functie voor de patiënten die er worden behandeld. De kennis die zij opbouwen, moet beschikbaar komen voor huisartsen en andere ziekenhuizen. Daarmee wil Hermans de opgebouwde deskundigheid breder inzetten bij postinfectieuze aandoeningen. In de Kamerbrief noemt zij onder meer het Q-koortsvermoeidheidssyndroom als aandoening waarbij die kennis van betekenis kan zijn.
Voor de periode na 2027 vraagt de minister partijen om een voorstel uit te werken voor een landelijk onderzoeks- en kennisnetwerk. Daarin moeten zowel de opgebouwde expertise als de zorg voor mensen met postinfectieuze aandoeningen een plaats krijgen. De financieringswijziging presenteert Hermans als een bredere, structurele aanpak van deze patiëntengroep.
Tijdelijke middelen voor centra en onderzoek
De drie eerste postcovid-expertisecentra gingen in november 2024 open, ruim vier jaar na het begin van de coronapandemie. Voor de centra was aanvankelijk € 27 miljoen beschikbaar. Dat bedrag was bedoeld als tijdelijke financiering voor meerdere jaren en niet als jaarlijks budget. In de zomer van 2026 resteerde hiervan ongeveer € 8,5 miljoen.
| Onderdeel | Financiering of looptijd |
|---|---|
| Postcovid-expertisecentra | Aanvankelijk € 27 miljoen; in de zomer van 2026 resteerde ongeveer € 8,5 miljoen |
| Onderzoeksprogramma | Ruim € 40 miljoen, aangevuld met € 2,8 miljoen; verlengd tot eind 2031 |
Het onderzoeksbudget staat los van de middelen voor de centra. Hermans voegt aan het bestaande budget van ruim € 40 miljoen € 2,8 miljoen toe. Ook verlengt zij het onderzoeksprogramma tot eind 2031. Daarmee blijft er financiering beschikbaar voor onderzoek, terwijl de bekostiging van de expertisecentra zelf vanaf 2028 verandert.
Zorgen over continuïteit
Patiëntenvertegenwoordigers en artsen hebben in de Tweede Kamer gewaarschuwd voor het verlies van expertise en voor onzekerheid over de continuïteit van zorg en onderzoek. Die zorgen kwamen aan de orde tijdens het rondetafelgesprek over postcovid en andere post-acute infectiesyndromen (PAIS) op 26 oktober. Een dag eerder hielden patiënten en hun naasten een stille protestwake op het Malieveld in Den Haag. Zij vroegen daar aandacht voor de gevolgen van postcovid en voor structurele financiering van onderzoek.
- De eerste drie expertisecentra openden in november 2024.
- De tijdelijke financiering van de centra wordt vanaf 2028 afgebouwd.
- Het onderzoeksprogramma loopt, na een extra bijdrage van € 2,8 miljoen, door tot eind 2031.
De voorgestelde overgang moet de gespecialiseerde kennis verbinden met de reguliere zorg. De verdere uitwerking daarvan moet worden vastgelegd in het voorstel voor het landelijke onderzoeks- en kennisnetwerk.