Gemeenten kunnen veel meer doen om zorgfraude te voorkomen en te bestrijden, stelt onderzoeker Edward van der Torre in het handelingskader ‘Gemeentelijke grip op zorgfraude: Vijf opgaven voor het lokaal bestuur om zorgfraude terug te dringen’. In het kader worden praktische opgaven geformuleerd waarmee gemeenten hun rol in aanbesteding, contractmanagement, toezicht en samenwerking kunnen aanscherpen.
Wat volgens het handelingskader nodig is
Van der Torre en zijn mede-auteurs omschrijven meerdere vormen van zorgfraude: van aanbieders die cliënten werven en vervolgens minder zorg leveren dan waarvoor is betaald, tot criminele netwerken die zorgbedrijven als verdienmodel gebruiken en reguliere aanbieders die steeds minder of minder gekwalificeerd personeel inzetten. Om dit tegen te gaan formuleren zij vijf concrete opgaven voor het lokaal bestuur.
- Wees kritisch bij inkoop en contractering — neem zorgfraude al in de selectiefase mee: stel heldere kwaliteits- en integriteitseisen en screen aanbieders zorgvuldig; Bibob wordt als relevant instrument genoemd.
- Benut lokale teams — consulenten en andere medewerkers die veel contact hebben met cliënten moeten signalen kunnen melden en krijgen een regierol bij vervolgacties.
- Combineer relatiebeheer met grenzen stellen — contractmanagement omvat niet alleen contact, maar ook monitoring van prestaties, bespreking van afwijkingen en ingrijpen van bijsturing tot zwaardere maatregelen.
- Maak toezicht en handhaving volwaardige pijlers — gemeenten moeten voldoende capaciteit, expertise en bevoegdheden hebben om signalen te onderzoeken; toezicht moet zowel signalerend als steekproefsgewijs op locatie worden ingezet.
- Organiseer samenwerking — verbind inkoop, lokale teams, contractmanagement en toezicht en versterk de relatie tussen zorg en veiligheid; werk samen met externe partners waar nodig.
“Een zorgaanbieder die cliënten actief werft en vervolgens veel minder zorg levert dan waarvoor wordt betaald. Criminele netwerken die zorgbedrijven gebruiken als verdienmodel. Maar ook reguliere aanbieders die steeds minder of minder gekwalificeerd personeel inzetten, waardoor geld weglekt en cliënten niet de zorg krijgen die ze nodig hebben.” — Edward van der Torre
Instrumenten en organisatorische aandachtspunten
Het handelingskader pleit expliciet voor het inzetten van bestaande instrumenten bij inkoop en toezicht. Naast het scherper stellen van integriteitseisen bij aanbestedingen wordt Bibob genoemd als een middel om risico’s vroegtijdig in kaart te brengen. Daarnaast benadrukt het document dat signalen uit de praktijk — afkomstig van consulenten, wijkteams en contractmanagers — een vaste route moeten hebben richting bestuurlijke en handhavingsacties.
Ook onderstreept het kader dat bestuurlijke steun en voldoende capaciteit onmisbaar zijn. Zonder beleidsmatige prioriteit en middelen blijft het, volgens de auteurs, lastig om structureel op te treden tegen aanbieders die op verschillende manieren misbruik van het systeem maken.
Samenvattende punten
- Het handelingskader formuleert vijf opgaven voor gemeenten om zorgfraude preventief en integraal aan te pakken.
- Belangrijke elementen zijn strengere inkoopcriteria, beter gebruik van lokale signalen, robuust contractmanagement en volwaardig toezicht en handhaving.
- Instrumenten als Bibob en versterkte samenwerking tussen zorg en veiligheidsketen worden aanbevolen.