Verpleegkundig specialisten, artsen verstandelijk gehandicapten en physician assistants krijgen met een nieuwe handreiking meer houvast bij hun samenwerking in de gehandicaptenzorg. Het document gaat over de inzet, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de drie beroepsgroepen bij de geneeskundige zorg die verband houdt met een verstandelijke beperking.
De handreiking is opgesteld in opdracht van de beroepsverenigingen NVAVG, V&VN en NAPA. Aanleiding zijn de praktische vragen die in behandelteams kunnen ontstaan. Wie houdt bijvoorbeeld toezicht op het gebruik van psychofarmaca, wie voert controles uit en wie is bereikbaar wanneer een cliënt in een crisissituatie terechtkomt? Het document biedt een gezamenlijke basis om zulke verantwoordelijkheden vooraf vast te leggen.
“Ik zie deze handreiking echt als een steun in de rug. Nu hebben we duidelijke kaders waar we samen achter staan.”
Dat zegt verpleegkundig specialist Sandra de Wit, die namens V&VN deelnam aan de stuurgroep die de handreiking voorbereidde. Een gezamenlijke werkgroep met vertegenwoordigers van de drie beroepsverenigingen werkte het document uit.
Werkafspraken per team en werkomgeving
De handreiking schrijft geen identiek takenpakket voor iedere professional voor. Het uitgangspunt is dat zorgprofessionals werken vanuit hun eigen kennis, ervaring en competenties en binnen hun wettelijke bevoegdheden. De precieze verdeling van werkzaamheden kan daardoor verschillen per persoon en per werkomgeving. Ook het beleid van de zorgorganisatie en de afspraken binnen het behandelteam bepalen hoe de samenwerking wordt ingericht.
Teams kunnen de handreiking gebruiken om de taakverdeling vast te leggen. Daarbij gaat het onder meer om de volgende onderwerpen:
- de verdeling van cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden werkzaamheden;
- controles bij het gebruik van psychofarmaca en de jaarlijkse evaluatie van medicatie;
- de bereikbaarheid en beschikbaarheid voor overleg bij spoed;
- de vraag wie als regiebehandelaar de samenhang van de behandeling bewaakt.
Randvoorwaarden voor samenwerking
Naast de formele taakverdeling benoemt het document voorwaarden die nodig zijn om de samenwerking in de praktijk te laten functioneren. Het gaat onder meer om voldoende tijd voor werkoverleg, mogelijkheden voor bijscholing en het gebruik van een gezamenlijk digitaal dossier. Ook moeten cliënten en hun naasten kunnen weten bij welke professional zij met hun zorgvragen terechtkunnen.
De handreiking vormt daarmee een gemeenschappelijk kader voor verpleegkundig specialisten, artsen VG en physician assistants. De concrete afspraken blijven gekoppeld aan de deskundigheid en wettelijke bevoegdheden van de afzonderlijke professionals, en aan de inrichting van het behandelteam en de zorgorganisatie.