De ethische beoordeling van kunstmatige intelligentie (AI) krijgt nog te weinig aandacht in de zorg. Dat stellen Beatrijs Haverkamp en Virgil Rerimassie, senior onderzoekers bij het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG). Volgens hen wordt regelmatig begonnen bij de mogelijkheden van de technologie, terwijl eerst moet worden vastgesteld welk zorgprobleem moet worden opgelost en of AI daarvoor een passende oplossing is.
Probleem eerst definiëren
Het CEG publiceerde eerder dit jaar het rapport Kunstmatige oplossingen? De ethiek van AI voor gezondheid en zorg. Daarin staat een denkkader met vijf denkstappen en een checklist voor het beoordelen van AI-gebruik. De onderzoekers lichten de uitgangspunten toe in ICT&health 5, 2026.
“Er wordt veel verwacht van AI, zonder dat er altijd goed wordt nagedacht over welk probleem die AI dan moet oplossen, of wat het probleem eigenlijk is.”
Die volgorde bepaalt welke oplossingen in beeld komen, schrijven Haverkamp en Rerimassie. Bij spraakgestuurde verslaglegging kan de registratie van consulten, verslagen en samenvattingen eenvoudiger worden. Daarmee verdwijnen de oorzaken van administratieve druk echter niet automatisch. Ook meer vertrouwen in zorgprofessionals en minder registratieverplichtingen kunnen volgens de onderzoekers een rol spelen.
Technologie kan nieuwe vragen oproepen
Een vereenvoudigde registratie kan bovendien leiden tot een grotere vraag naar informatie. De onderzoekers wijzen daarnaast op chatbots die door gebruikers als empathischer dan artsen worden ervaren. Daarbij moet eerst worden onderzocht welk probleem achter die behoefte schuilgaat: ontbreekt het aan empathie bij zorgprofessionals, of vooral aan tijd voor persoonlijk contact? AI kan in dat laatste geval mogelijk administratieve taken overnemen, maar de probleemdefinitie blijft bepalend voor de beoordeling.
Het CEG vraagt ook aandacht voor gevolgen die verder reiken dan de individuele toepassing. In het rapport en de toelichting worden onder meer deze thema’s genoemd:
- mogelijke gevolgen voor gezondheidsverschillen;
- de ecologische voetafdruk van AI;
- afhankelijkheid van technologiebedrijven;
- de invloed van monitoring op privacy en persoonlijk contact.
Afweging per toepassing
De onderzoekers benadrukken dat AI-toepassingen niet los van hun gebruikscontext kunnen worden beoordeeld. Monitoring kan ouderen ondersteunen bij zelfstandig wonen, maar kan volgens het CEG ook de privacy en het persoonlijke contact onder druk zetten. De ethische afweging hoort daarom niet pas na de technische ontwikkeling plaats te vinden.
De kern van het CEG-rapport is dat zorgproblematiek het vertrekpunt moet zijn. Pas daarna komt de vraag aan de orde of kunstmatige intelligentie een zinnige en zorgvuldige manier is om die problematiek aan te pakken. Het rapport biedt daarvoor vijf denkstappen en een checklist.