De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en InEen vragen om aanpassing van de voorgestelde Zelfstandigenwet. De wet moet zzp’ers en opdrachtgevers vooraf meer duidelijkheid geven over hun arbeidsrelatie. Volgens de organisaties sluiten de voorgestelde criteria echter onvoldoende aan bij de manier waarop zelfstandig werkende huisartsen hun beroep uitoefenen.
LHV en InEen steunen het doel om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Ook onderschrijven zij het voornemen om een duidelijk herkenbare ‘veilige haven’ te creëren voor zelfstandigen die daadwerkelijk als ondernemer werken. In de huidige vorm kan die veilige haven volgens de organisaties echter buiten bereik blijven van huisartsen die wel degelijk ondernemersrisico lopen.
Urenvergoeding niet doorslaggevend
Een belangrijk bezwaar betreft het criterium ‘werken voor eigen rekening en risico’. In de toelichting bij het wetsvoorstel staat dat betaling per gewerkt uur moeilijk te verenigen kan zijn met de mogelijkheid om economisch voordeel te behalen door een opdracht sneller of efficiënter uit te voeren. LHV en InEen vinden dat een urenvergoeding op zichzelf niet mag bepalen of een huisarts toegang krijgt tot de veilige haven.
Huisartsenzorg laat zich volgens de organisaties niet vastleggen in een gegarandeerd medisch resultaat tegen een vooraf bepaalde prijs. Ook bij betaling per uur kan een huisarts volgens LHV en InEen financieel en ondernemingsrisico dragen. Zij wijzen daarbij op situaties waarin de huisarts zelf opdrachten verwerft, geen doorbetaling krijgt bij ziekte en aansprakelijk is voor beroepsfouten.
- Voorgestelde wet: vooraf meer duidelijkheid over de arbeidsrelatie van zzp’ers en opdrachtgevers.
- Bezorgdheid van LHV en InEen: zelfstandig werkende huisartsen kunnen buiten de veilige haven vallen.
- Verzoek: aantoonbaar financieel en ondernemingsrisico moet voldoende zijn om aan het criterium te voldoen.
Zorgafspraken zijn geen werkgeversgezag
De organisaties maken daarnaast onderscheid tussen professionele afspraken in de patiëntenzorg en werkgeversgezag. Een waarnemend huisarts werkt zelfstandig, maar moet zich wel houden aan wettelijke verplichtingen en kwaliteitsnormen, waaronder regels die voortvloeien uit de WGBO. Ook zijn afspraken nodig over onder meer overdracht, dossiervoering en patiëntveiligheid.
De zorg is bovendien vaak gebonden aan een bepaalde tijd en plaats. LHV en InEen vinden dat zulke noodzakelijke afspraken niet automatisch moeten worden uitgelegd als aanwijzingen voor een gezagsverhouding. De toelichting bij het wetsvoorstel erkent dit volgens de organisaties al gedeeltelijk, maar zij vragen om een expliciete verduidelijking.
De uitkomst van de internetconsultatie is relevant voor huisartsen die als zelfstandige werken en voor organisaties die hen inzetten. LHV en InEen verbinden de voorgestelde regels aan de continuïteit en toegankelijkheid van huisartsenzorg. Zij vragen om criteria die ruimte laten voor de professionele en organisatorische kenmerken van het huisartsenvak, zonder het tegengaan van schijnzelfstandigheid los te laten.